
deed de eerste schrede tot het verkrijgen van een al-
gemeen overzigt over het magnetismus der aarde, toen
hij op het eind der zeventiende eeuw de Engelsche Regering
overhaalde om een schip te doen uitrusten , opdat
hij op hetzelve den Atlantischen en een gedeelte van den
Indischen Oceaan kon doorkruisen en waarnemingen in
het werk stellen over de miswijzing van het kompas. Het
resultaat dezer reize was eene kaart van de miswijzing
voor het jaar 1700, welke derzelver grootte over den
geheelen Atlantischen en een gedeelte van den Indischen
Oceaan voorstelde. Te voren had hij reeds in het jaar
1683 uit oudere waarnemingen aangetoond, dat de aarde
4 aantrekkende punten of magnetische polen hebben
moest : 2 in het noordelijke en 2 in het zuidelijke half-
rond, welker plaats hij ongeveer opgaf en waaruit de
miswijzing verklaard kon worden. Daar de miswijzing
op eene en dezelfde plaats zieh van jaar tot jaar verändert,
zoo nam h a l l e t aan, dat twee van deze polen
bewegelijk waren, terwijl zij zieh namelijk bevonden op
eene vrij in den hollen aardbol zwevende magnetische
aardkern (terrella magnetica) , welke om hare as met
eene eenigzins geringere snelheid omwentelde, dan de
uitwendige schaal.
Daar deze hypothese aan de natuurkundigen onwaar-
schijnlijkvoorkwam, werddaardoor dejongere e ü l e k op-
gewekt om te beproeven, hoe de miswijzing alleen uit twee
magnetische polen kon verklaard worden. De door e u l e r
volgens deze veronderstelling berekende lynen van miswijzing
stemmen eenigermale overeen met eene door
m o u w t a i n e en d o d s o s uitgegevene kaart der mis-
wijzingen voor het jaar 1744, welke zieh echter alleen
over den Atlantischen en Indischen Oceaan uitstrek t;
maar wyken van het later bekend gewordene stelsel van
miswijzing in de Stille Zee op enkele plaatsen tot 50° ja
zelfs tot 90° af. Bij de drie reizen rondom de aarde door
c o o k ondernomen, tusschen de jaren 1768 en 1780,
welke eenen zoo vermögenden invloed hadden op de uit-
breiding van het handelsverkeer en op den voofuitgang
der aardrykskunde, werd ook onze kennis over het magnetisch
systeem des aardbols aanmerkelijk ontwikkeld,
terwijl men daarbij eene aanzienlijke verzameling vari
waarnemingen verkreeg, zoo wel over de inc linatie
als over de declinatie van de noordelijke tot de zuidelijke
poolstreken en in dien grooten Stillen Oceaan, waarvan
men voor zijnen tyd bijkans zonder eenige inlichting
was. Omstreeks denzelfden tijd (van 1766 tot 1775), ver-
zamelde de Zweedsühe kapitein c. G. e k e b e r g , op
drie reizen van Göthehurg naar Canton, eene menigte
waarnemingen over de declinatie en inzonderheid over
de inclinatie, te welken einde w i l c k e , een natuur-
kundige , die zieh omtrent de Studie van het aardmag-
netismus hoogst verdienslelijk heeft gemaakt, hem met
twee inclinatie-naalden had toegerust. Met behulp van
deze en eenige oudere waarnemingen ontwierp w i l c k e
de eerste kaart over de inclinatie, welke echter slechts
tot den Atlantischen en Indischen Oceaan beperkt was. De
gewigtige ontdekkingen van c o o k gaven tot verschei-
dene andere reizen om de wereld , van Franschen en En-
gelschen aanleiding, waardoor men eene aanzienlyke ver^
meerdering in de bepalingen van declinatien en inclinatien
verkreeg. Met behulp van deze bouwstoffen zag ik mij in
staat gesteld, kaarten te ontwerpen over de declinatie
voor de geheele oppervlakte der aarde, voor de jaren
1770 en 1787, behalve acht speciaal-kaarten over het
declinatie-systeem in het oostelyk halfrond, tusschen de
jaren 1600 en 1800, benevens de eerste algemeene kaart
over de inclinatie voor het jaar 1780.
Voor de natuurkundige theorie van het aardmagne-
tismus is het intusschen noodig, niet alleen de r ig t i n g ,
maar ook de grootte der resultante van de magnetische
8*