
de tweede algemeene vergadering (15 Julij) werden de
volgende voorlezingen gehouden :
1. Prof. h a h s t e e s , blik op hetgeen tot nu toe
verrigt is ten opzigte der Studie van het Aardmagnetis-
mus *).
2 . Prof. f o r c h h a m m e r , over de formatie van
gerolde steenen in Denemarken.
3 . Z. Exc. Graaf b j ö r n s t e r n a , over de eerste
woonplaats van het menschelijk geslacht vöör en na den
grooten zondvloed.
4. Admiraal b i l l e , over het nut van een verbeterd
Scheepsjournaal ook voor de naiuurkennis.
De derde algemeene vergadering werdop den 18 Julij
gehouden. Hier spraken :
1. Prof. s c h o u w , over de Flora v an Itali'e in den
tijd van p l i s i u s , opgehelderd uit overblijfsels van
P om peji 2).
2 . Prof. h o l s t , verdediging van het Philadelphi-
sche systeem [van eenzame opsluiting der gevangenen]
tegen den in het vorige jaar, op de vergadering derNa-
tuuronderzoekers te Florence, gedanen aanval.
3. Prof. n i l s s ow, bijdrage tot de geschiedenis der
ontwikkeling van het menschelijk g e sla ch t, of vergelij-
king tusschen ongelijke volkstammen, die op denzelfden
trap van vorming staan 3).
4. Prof. r e t z i n s , over den schedel der Scandina-
vische volkstammen 4).
1) Zie Bijlage C.
2) Zie Bijlage D.
3) Ik heb van deze verhandeling eene vertaling medegedeeld in
h e t Xlde Deel van h e t Tijdschrift voor natuurlijke Geschiedenis en
Physiologie; Boekbeschouwing bladz. 20—28.
4) Van deze voorlezing heb ik eene vertaling gegeven in h e t Xde
Deel 4de stuk van h e t Tijdschrift voor natuurlijke Geschiedenis en
Physiologie ; Boekbeschouwing bladz. 127—180.
Op de vierde algemeene vergadering, 19 Julij, werden
de volgende voorlezingen gehouden :
1. Prof. e s c h r i c h t , over Walvisschen(voortzetting
van het medegedeelde in de vergadering te Koppenhagen
in 1840.)
2. Prof. - w a h l b e r g , eenige schetsen uit het da-
gelijksche leven der parasitische insekten.
3. Prof. h w a s s e r , over de vereeringvan a e s cü -
L A P I Ü S .
Ik heb deze verhandelingen een- en andermaal voorlez
in g en genoemd. In den eigenlijken zin waren zij echter,
met weinige uitzonderingen (b. v. die van Graaf björ n-
s t erna) improvisatien, of altbans vrije en ongedwon-
gene ontwikkelingen naar eene beknopte schets. By-
zonder levendig was dan ook de voordragl van velen,
vooral van Prof. s chouw en forchhammer.
Het zou voor mijn tegenwoordig oogmerk minder dien-
stig Zijn, zoo ik ook hier in H bijzonder over de verhandelingen
in de verschillende sectien spreken w ild e ,
bepaaldelijk in de zoologische s e c tie , welke ik bijwoonde.
Bijzonder merkwaardig waren de mededeelingen van
s t e e n s t r u p over de ontwikkelingsvormen bij sommige
lagere dieren, waarvan ik in het T ijd s c h r ift voor
n a tu u r lijk e Geschiedenis en Physiologie reeds een
verslag gegeven heb. Ik heb daar ook over den in Koppenhagen
, in een’ vergeten hoek opgespoorden schedel
van Didus ineptus gesproken, waarvan de Candidaat Reinhard
t een model in was vertoonde. De Candidaat o e r st
e d , een neef van den beroemden Physicus, bragt
zeer fraaije teekeningen van A n n u la ta ter tafel. In deze
vergadering toonde ook de beroemde j a c o b s o n eene
zeer schoone doorsnede van het menschelijk o o g , waar
delensmidden door g ed e e ldw a s, inchroomzuur tusschen
twee horlogieglazen bewaard. J a c o b s o n verhaalde
mij, dat hij het oog eerst acht dagen lang in verdund