
bijlen, bijlspitsen, halssieraden van barnsteen, veelligt
drieduizend jaren oud, kalender-staven en oude kerk-
altaren van de dertiende eeuw. In gezelschap van Prof.
i o l b e c i , een’ der Bibliothecarissen, bezigtigde ik de
uitgebreide koninklijke boekerij, aan de zuidzijde vanhet
Christiansborger slol. De geschreven catalogus bestaat
uit bijkans 200 folio-banden. De bibliotheek telt tusschen
d ed rie -en vierhonderdduizend banden. Jaarlijks worden
7000 thalers lotaankoop besteed. In de groote beneden-
zaal, van 125 eilen lengte, staan theologische en letterkundige
werken. Ook deschat vanboeken u itd en a tu u r-
lijke geschiedenis is zeer rijk.
Digt bij het Christiansborger slot ligt de beurs aan
de haven, een zeer lang smal gebouw, met een’ toren,
wiens spits door vier om elkander geslingerde draken of
slangen gevormd wordt. In de omgangen vindt men allerlei
winkels, niet ongelijk aan^de B a za r s van Londen,
doch minder prächtig. In de hoofdzaal hangt eene groote
schilderij van den Deenschen historieschilder h ö i e r , wraar-
op c h r i s t i a a h I V is voorgesteld, alsjonge Prins,den
beroemden sterrekundige t y c h o b r a h e op het eiland
Hveen in 1592 bezoekende, en hem met eene gouden
keten versierende. Daar onder de regering van dezen
c h r i s t i a a w IV de beurs gestiebt i s , en niemand den
invloed van wis- en sterrekundige wetenschappen op
zeevaart en handel ontkennen z a l, komt mij het onder-
werp aan deze plaats welgekozen voor, al wordt men
dan ook daarbij onwillekeurig herinnerd, dal t y c h o
b r a h e , weinige jaren nadat hem gemelde onderscheiding
te b e u rtv ie l, genoodzaakt werd, zijn ondankbaar vader-
land te verlaten.
Bij de Drieeenigheidskerk (.Köjbmagergade) is het
Observatorium,, boven een’ ronden toren , dien men be-
klimt längs een’ spiralen breeden opgang zonder trappen.
De Koppenhagers zullen niet vergeten u le verhalen,
dat PETER DE g r o o t e , tijdens zijn verblijf aldaar in
1716, eenmaal met eene koets met vier paarden dezen
toren op- en afgereden is. ’t Geen mij meer trof, was
de aneedote, die mij een Deensch geleerde verhaalde.
P eter de groote metFREDERiK IV op dezen toren
staande, vroeg hem, of, zoo hij beval een’ zijner on-
derdanen van daar neder te störten, zulk een bevel zou
worden opgevolgd? De Deensche Koning moest zulks
ontkennen. «Mijne magt is grooter,» antwoordde pe-
t e r . F r e d er ik vroeg hem daarop, of hij op dien toren
zieh zou durven te slapen leggen met het hoofd op
de knieen van een’ zijner onderdanen? P eter aarzelde
te antwoorden. «Dat zou ik gerust durven doen,» her-
nam daarop de Deensche Koning; «mijn vertrouwen op
mijne onderdanen is grooter.»
Koppenhagen. telt ruim 120,000 inwoners , en is der-
halve , als hoofdstad van een rijk, ’t geen slechls anderhalf
millioen inwoners te lt, (het eigenlijk Benemarken
met Sleeswijk) eene zeer volkrijke stad. De Universiteit
alhier, in 1478 door Chri st a a h I opgerigt, telt thans
tusschen 700 en 800 Studenten. Wij hebben vroeger bij
ons verblijf te Kie l opgeteekend, dat velen daar meen-
den, dat de «Koppenhaagsche Universiteit te zeer boven
die van K ie l bevoordeeld werd. Hier waren er w e^r, die
meenden, dat de onkosten der Kielsche Universiteit,
bij het betrekkelijk geringe nut, dat zij sticht, wel kon-
den worden uitgespaard en dat voor de kleine bevolking
van het rijk eene enkele Universiteit volstaan kon. « Wanneer
men echter bedenkt, (ik gebruik hier de woorden
van den beroemden h a u sma n n , Reise durch Skandinavien,
I. S. 24, orndat ik liefst een’ vreemde laat
spreken over een gevoelen, dat ook in ons land op de
handelwijze der regering niet zonder invloed is geweest)
wanneer men echter bedenkt, dat het n u t eener Universite
it zieh niet alleen tot het onderrigt der studerende
5*