
ven zij om, en voeden zich van geroofd vee, bij gebrek daaraan, van eenige wortels
die zij uit den dorren grond halen, en van wkte'maereu'en sprinkhanen (1).
Ten oosten van de*Hottentotten, en* langs 13e~óo®usl^verder noordwaarts y wonen
Kafferstammen (2). JDe verwantschap dezer volkeren .heeffc Lichtemstbik het eerst opA
gemerkt) en hen alle tot weene zelfdegroote afdeeling va'nihet^iöerfschelij'k ^siacht
gébragt, .Hwnewtóeur is> hWin/^c^kerder Kij’iiifel, ifteïke naden hij'iliden* evenaar
wonen; hunv haar is zwart,-skort en'Wrollig-. .zijn »grootten welgemaakt. JYIet
de Europeanen, zegt Lichtehsteitv, hebben zij .het hooge«voorhoofd m*|dgri^xporuit-
springenden. neus, met de negers- de- dikke lippennen» met ’>dfi^Hot-tento^en^de»svoor-
uitstekende jukbeenen gemeens H
i Wij beSchouVén de'.Kaffers aïs&eenékafdeeling'van den aethiopisèfeen|méi&clïëïf-
stam, ma“Sr ééh'tér Vamde géworièv üegefs!6rridèrSeheitlë& ^eVéri^als^r-' ondéiv''delil J,Rau-
kasisohen méftSchetetaffi' , Öndei^chëidene->afdeeï'fog@^
Indo-germaansche, ■
Hoe vér Üóoïd’vv'aat'ts ziéli ;dë uitbreiding4der 'Kafferstammen'juitstrekf5/ '1 fe^iffbeije-
lijk ^e^^tQStfe’ ^ é ö ïé iiIm''bepaleil';' zekerKjk?*t»#ïl'ê Zamfcese , d. i. tot 48°cof,;-lfetid-
waarts|in tot 16° Z.' B .; wan'É-'het herderv(dk§|®of*WSSSiètts Boétoèa '•gbiföêmd j
vau*4htSg-'!™ikahr, komt-* mè&’deb* Kafïérsfam^dfer| BeMzuanin Uvëfëëïn-
Daar de koösStt, óen1' Kaffërvolk, waarvan ‘IhcHTifflCTMkr-Wris'-"Z®k\%elétbeóigtóp-gegëven
heeft reeds aan 'de ''oostzijde der ka'apkofonie o ^ 38(L-^ïftB. leven) 1 wonei^gtel^l'jïèKjk
de kafférv^keié'fcwèéhb'^iii^SÖpkihMd-^h^tfim'ïïfg'raSéjWan h it' %oiü®id®ö^iïalr
het zuiden. ^Vöï^Ühs Eïilrow ’zijn dok dé Da9Mij¥a^,Ian'üfew®ïkiisf;)tJw’elke téh ffèfófr-
den der Nd/bvdquas Te vëh f ‘ èênL Kaffervolktën geteim'HSiehhkterff- *2
tïvjiy’ '2ie BiRROTf’,'*Tmvcls info ‘ïfe Sütóherir^ffricM
itn sudlichen nniS, Baerow i mReni.^.dat ..de'iHotteDtotte^ i n -Heu^n.-te^tkm^^^biizim^
dere platheid v a n ® neus en het wolhaiff ïut^ioHaèra; het'naasFnij aerSnez®0^raaeh,5TB;oine% Trmxle. I.
p. '282. Bat er zién in de’vrouw ^vhii'düïi ‘stam ‘der 'BosfcHjrattónts; rvélki - te'!'Parijs i>voOTshtmi^ell^'en‘^ ojnder
den naam van tr«ims Hotteiitette te zien was, mede iets Mongoolseh vel toondei. heeft Cuvier opgeteekend. Het
verschil, blijft nogtans arooter dan,jhs overeenkomst en drtottentojtten zijn, wel SeHMfJgeene Mongolfcn.
(2) Lichtmsïïim’s lïéisen. I. bT 393.
. . 0 £®ich-Kafferstammen verder noordwaarts tot ^Quiloa (tot 8° Z. B.) uitstrekken,
-en dus-langs de gelifeelo oostkust legen over Madagaskar, durven wij niet bepalen.
De,, hier wonende volken^hgeten Makoea en deze strekken zich uit van de Zambez»
tot de ,J$eltinde (van 18° tot\8° 'Zs.B.); hunne verstrooide stammen breiden zich echter
Iook zr^waar.ts,, atofc -in, deijphijheid.;van /bet hooge terras der Beetzuanen uit. Bak-
s o w ivermoedde,< da ^de ' Mtzkbea’A Kaffers waren/ )maar £ij belmoren, volgens Salt,
taVde . negervolken.? Zij-v onderscheiden, zjch door-eene buitengewoon dikke bovenlip
eniAigiél^efgefeiatstrekken, enheblien''dp'-.gewoonte, ömiziföfektdQor diepe inkervingen
in het-iipangeziel^' dqördnunne puntig geslepeneHanden, waarbij het gebit zich als
eene grove .zaag^sfertopnt', en< door!-jhêt dragem vans versierselen in dén doOrboordÓÉt
neus, nog.- v.er,derv.-vte mismakcn Ook^viridt .mert aan dé Portugesehe kust Van
Oost-!Asfriika?dfow/aeei>i'v^elkteiide®jyaa^ts’door.islaAS©nkoopers gehragt’worden, waartoe de
Karavaneni'twee^ofdjrieMmaanden .noo.dig hebben. Zij worden als de afzigtelijke negers
-met, zem-<dQnke%^jMart-weL,;. zeer ' kort gekroesd hoofdhaar^ en sterk omgekrulde
hnpfeBihkesA reiVen. <
-'p3S®®riw&affts'Svan Mozambique tofe;aan kaap 'Gardaftd-zijn slechts' de kusten bekend.
Waarschijnlijk »Wordt hier de kuststreek smal én komt het'gebergte nader aan de zee.
^ •n 'Mombasait -tot* Mugdasho 4^,- van' de 4®*2j: B. tot 8° N. Bi wonen
del Somduliis JaMe' hetphaaSUiitfet 'de!zoo',’even vermelde,, meer zuidwaarts wonende Ma-
Aoea-s, iZod^celdiUifligchatnelijkeê'hijZG^iderheden-, als- in taal overeenkomen (2)r Hier
wonen ook^en verder noordwaarts t&t 109 N.' B.» langs devkust ■, Mahömed’anen, Ara-
.(ïyjZie SilT / Bbyage en Abyssinie , w p l 46— 51. Van deze ffla&oea-negers hebben wij eenen schedel achter
d if werk afgfeheeld. .yjïSvfiroer opmerken'aav ik. Volgens de‘nederduitsche uitspraak, ATdkoea schrijvende'^ het-
' r - a l j^êdfleh dat, .dyj^riiffi,schrijvers Jl^akua }noénteb, Z^) sd^veórvtijjf^aM^ fietanj, de franschen Orung
cwtan j«de duitsehers Orang i&im enz. Door nietde letten opfpe mtspraak ontstaan dikwerf veel verwarringen in
de namen) daar^uHdtótsenet^a^pgMfn?'aKm/ons de met lïim o verwisselen.) 1
u KÏÊï ijkSwp. ‘,345. ; fonl compie^eu!^, (feji fflakoms)'i 3e ila, < vèritable r<poe des tiègres, c'est d dire
noirs, robusles et laids." ^Sa^.t, eenejkorté^ woordenlijst van de taal dezer Sotvaüli’s. Ook volgens deze
wüc^denlijst, zijffi'™, naarjiet oonfeukvan den g> leerden Vaiik , ware-negers. Zie MithridcUes oder dUg, Sj>ra~
cKeJknde. IV .'Ip sW !. SÏ'm.
7*