
digen niet noodzaken, deze twee Tolken tot twee verschillende imebscHensoorten te
brengen., • • i ÖpS i ssJl >j
Ik gelóóf derhalve, da« dë^hroéÉÉïâars der-'iiatuurlijke gescMèdêhï&vïd den -mensch
het vraagstuk behoorert te beperken ■ binnen dë ‘juiste" tgreh&ëh huhner'#wetenschà^j
Is hët?Verséhil tusschen-onderscheidene Volken van' dieh aard , dat.jriffn hétzebiedniet
verklaren kan, zonder meer dan ééiïe menschensoort'aan teVnenïtieihfj -gelijk.-er verschild
lende soorten*vim1'apen, van heeren, r a r k a n i ^ l e K ' d n a ^ b e s t a a n loet,waar-<
sfehÿnlijker, dat fei^'sleehts/eéne.merischensoort beslaat, welke LiHWAEhssaHet den nnnj»
van Homo sapiens; hetzij als 'kenmerk, I -hetzij I als, vromé vfensch/bestempelde, ?ezen
gelijk e t , 1 om 'slechts'enkeïe geslachten bndër-dè zoogdieren te1 noéünenyfiniet meer'dan
eéne,söort van Manalus} van Hippopotamus; Camelopardalis ^jOrycteropïis', Trichechus
bekend is
Wij hebben tot nog* tóe geetegewag gëmaakt vanjdeWldste gedenkstukken der Semitische
volksstammen jw.!wélkëV(door den gröoten' W ëtgeVérfder Israëlieten "verzameld’ en to t
óen geheel-verenigd zijn. Al hadden deze gederAstükkenygëëiieAndere waarde,- dan
.die zij van, hunne hoóge tÿudheicF j van.hunnen zamerÉËaii^rei^l^S'fîîidSëehVoudige verhevenheid
OntAefeùéX-', ook dan nog zouden wij hun de benaming van*jooflléliè volksvertellingen
diefst niet geven. ‘ 'Maatviaar deze gedenkstukken *, benevens! de overige heilige
boeken van het 'Israâïjetisch volk, idJlMet’ naauwst verband 'staifcn mfet<%ene .Gods-
diëastleter ,* welke ‘onder de verlichts te Jen beschaafdste.- menschèm/ zoo wel-éall èhöêr
te#segnvoudigstè |en^ön-WètendsfeTiare' ;Vëréerderl to lt, 'feTwier licht, zich; ,dvei' ineh-
Sëhenhestemming en menschsrigëluk, - en<er dit-eifïbén Gander lfeVënr^od.blijHii)fidig verspreidt
, kan de vriend van waarhëid het nïe t'da ir betreuren ,«Vfë3iÉïefer ‘‘men^l'l/zin-i''
Uig' of moedwllïig^het -gezag'dièr schriften. Zoekt te verminderen’, j Dodhittïë®l^;a raan
den ■ anderén-kant-niét -teUVér da*'leggd^'dtenlïmenSchelijken'-geestI n ie t aan kluisters^
door wetenschappelijke onderwerpen m’ët' het*g4bff*der Openfö^ng-te wildembeslis-
seù. Onder ónze verlichte schriJtvêrklaârders èh'Verêfefidigé vdreerders €éf“ 0 pënba-
ring z^ftlen e r> zoo wij ggloovèn, ^el.vjgiijigg^ gevonden, der
talen u it den-torenbouw kik? BaBél-willen Va-Mftcen/-en’'dë-tij%nï^eiijnen vookbij' te
ïijn i waarinPmen dè ontdekkingen dërsterrekundigen of de geologische stellingen aan
hé t Mözaisèh scKépTpingsverhaal wildé toetsen. Wij gelooven dus, dat men het gezag
dér%eilig^sehfifb mee* Vereert, doó#bij’ natuurkundig? onderzoekingen onbevooroordeeld
tew e rk ’ te' gaan* ej&! geen vréémd 'gebied te betredöö... Hetgeen eenmaal langs
éénpiS^weg de^nderzoeks gebleken I&'onbedriegelijke waarheid te zijn, kan met andere,
even zekere waarheden niet >in' tegenspraak zijn, •
- Ik, gph^q&i^oeg'-gfezegd, te hebben, om dèrigting aan te wijzen; die onze natuur-
lijk? ’ g?schre,denïs> van* dén; menêcb thans vöoral volgen moet. Het as : voortgaan op
den door Blumenbach ongeslagen weg.? Noopt? ons de tegenwoordige toestand onzer
kennis, tot de erkentenis }J d a t het vraagstuk over de eenheid der menschelijke soort no«
niet. kgn word?^, men sghame.zicb n ie t, 'die onkunde« onbewimpeld te betuieene
verklaring vloei^dikwerf uit dieper inzigt, voort, dan waarin de
b ^ p ighde, toon van, verMërM^ zijnen oorsprong nam. Veelljgt echter is efe vraag
1 • g g g g l g l | v dI) 11 »1| v5or ouTonderzoeken zulks “thans nog met, maargillen
Ikvc^ Iü I b( sKfmTk Verscbd ^tussehen-d'efoudeBsaUeidene volken nauwkeuriger
natjètfcfï'en<®vofiédïgëP*'t¥?fSmen'Tè kpsiiierc‘ n*
II. ‘OVER; DE HOQEDSTAMiyiEN VAN HET MENSCHELIJK GESLACHT.
imhet vurig hoofdstuk de grenzen aangewezen , Binnen welke de na-
!-um i(y('ins^aii he/^mcuM lubjk g^jgcht; ziek beperkenmoet. Bijdragen te,
J e dd kennis va^^rscKillehilé’ mei^hepstammer^is ons hoofddoel, en wij
o e z e ^ ^ liffidèb oide laten volgen, naar gelang de bouwstoffen , die
, mèëtderd volledigheid bekom1®?. Het zal derhalve niet ongepast zijn,
»©cmderhjké' en* stm^-v^i)2h nSfededeelingÓn dooweeme algemeene schets- der ver-
schilleiide mensebéurassen te laten voorafgaan.? Dezë schets zal hoofdzakelijk strek!?
ken te er in d ïf gedeelte door, onze voorgangers verrigt is, en alzda
den t e |^ ^ ^ , i g e n toestand'" van dit gedeelte der natuurlijke'geschiedenis eeni