
De neusbeenderen toonén, aan dat .de nens;niètiplat kan zij®,, zoo al§ hij de overige
negers gemeenlijk het geval i s . . Het
been is glad «n rond. Het achterhaofdsbeen is i n . deszelfS bovenste; s^j^ej^ngggjhe
gedeelte gewelfd en uitpuilend, in het.ihovepSte middengedeelte' qjtger
koold, gelijk ook'hèt'achterste gedeeltfe
dikwerf en. .somtijds,, zeer. .aanmerkelijk.u^dtenWtiin-. Jie t a<diterhoqf(lfig«t ,isbij.z0m
der groot * gemiddeld 0,0S7 lang breed- De .onderkaak is van vpïen hoog
tón de kin wijkt niet naar achteBem.. d •
Vooral door. meerderen .omvang rtón meerdere /hoogite -ondersebeidt. .ziel^idtójialïer-,
schedel van den| gewonen vorm: hij.,'dfe.negers,,;waarmede bijaecb.ter 4A,-dz>h®Pliltf®k_;:
ken.overeenkomt. .Oók;het .voórasipfepririge® van. de-:kin is kenschetsend, f ;De sck«g*ptó
gelaatshoek, de smalle.,) langwerpige -vor.m jide-gerimge afstand.
beis. en vooral der schnbvol-mige deelen-vand.® slaapHetónderen.,. en eindelij-k.^ïet. gpppje
ackterUoofdsgat verwijderen den kaÜeaSehedel >van-dien -der. Kankasisebe , menschen-
i'assen.
Onder*file door 1 mdjfönweraïdhte scbedebM wfastolk jeen
naam is van den ctóflögznchtïSf kaffervolk^e dat
ners van de FNrffriT-ffif-lRnTïb-èB^^r^inji ,>Pcu'ififtr jfWilTiwili TrrmdlpjnMfl^riTi ilinrfff iijfrnW1 ffil*
Z.-B.), « n »oorspronkelijk;, v©lgens1Kaj»i.teimOwjev (1) , \ tot» b^t^yglkjb^p6«t, '>^la;etigéen
vroeger Boetoeagekbenid., weird-.-(in^^ btet'binnenland van ■i^xid-54f?ji^.'%ten,i noordep
der Beetsuanen, <omstreeks:tusschencLen 18. en 20° Z. B.)i,-,j:Deze’ schedel heefi. kleine,
bijkans platte netlsbeenderem y»sterk ontwikkelde gfóMJae/ sterke .i-ndrukseb der slaap-
spieren, tanaelijk igrocrten afstand yder wandbeenskiiobbeks (waardoor »de schedel bij
een smal' voorhoofd zeer eirond .isjren een bij zonder <lang ..afcbttóBbpofdsibeen. • ij*Het,,,io
druksel voor de tweebuikige -onderkaakssprer • (musculus -bimnter) aan^ ddybinni5nzij.de
van b e t tepelvormiig nkstebksel des slaapbeens.j is zeerdiepy hetgeen taouwens bij alle
kaffer schedels -door mij is qpgemerkt,-
(IJ Zie Pkicbaiid's Jfaiurgesckichte des JR’ensc^engescifecitL-Tl. S. 306.
OVER DE GEOGRAPÏÏISCHÉ VERBREIDING VIST DEN AETHIOPISCHEIt
^Afrika^isiibet^jVadej^fipdii^r^zwartkleti^gev.negfjrs. * i vyarelddeel
nogtans wordt door volken bewoond, die tot deze afdeeling des mensckelijken geder
volksstammen
h i j een t,a^j| melen . die tqtjjbej; negHr.agbebnegen ,, en (le^gr^z^nj^acbtox
aap to, .wijzen j.rl ^ n e n,jwdjx^de.tver^nr.^diiig: van .‘dit, .menscbenrjjs. bepaald kfr» ü
AfrifeaV Ztii^Ljp.its - ^ e ®Laap~
van 1$amaqucJ&,
W grootte en
ligebaamsvorm „z.egj'^gelj.j^pn ,, maarj-n^ipd^r (^qq^u^tstel^e^de kaken en een .ronder aén-
aezigtnbtób-bp.n X1.).. Wmoeten, met . de^Bp^ebjgjina^n^ qï^aabs^AM ft ip dezelfde streden
omzw.ervnp,,| nigtAV^r^ar^i wox den ,^5^Dezej|a^te|^'bebqoren evenwel.,, zoo het schijnt.
mgtje, .tot ^^eIfdöiagloattó<l, vaLy^fanuHe.^alf^ de ^n^OT^lmjden^Hat^ntottemtammQn.
Zij b ebbem.;ftVglgens * bet, eenstorrmpg. getuigenis .van Bah^ow .en,, Lightensteik,, de. kenmerkende
trekken d ^ ,H dttentottm, koezeer volgens’ den laateten , hunne oogenle-
vendigeij;; en wilder zijn en hunn|,.trekken., zoo wel als. hunne gabaren , t eene groeitere
hartst’ogtelij kbel®Wtórfëderr’ Deze Aaaks’ staan öp den laagstén‘ trap van beseba-
yipg e p v t ó j . u ï i y d i q r l i j k e wildheid verzppkenzqrijler v.aste woningen , zwerm
afteekeningf" in Btochell’s Travels, l . PI, IÓ tëga 0, 490c