
ITEYLERSI
Het gaat Buskens vooral om de subtiele verschillen in
lichtval en atmosfeer. Voor de beschouwer kan er een dreiging
aanwezig zijn, die appelleert aan groeiende gevoelens
van onveiligheid en angst, die het kennelijk noodzakelijk
maakt zieh middels een camera te beveiligen. Door te regi-
streren wat er zieh buiten afspeelt draait de kunstenares de
rollen van spieden en bespied worden om: nu is zij het die
eventuele indringers observeert.
Werkboeken met geschreven teksten, die illustreren hoe de
tekeningen tot stand kwamen, zijn te zien in de legvitrines.
Door deze associatieve dagboekteksten te lezen is de be-
zoeker een dubbele voyeur geworden: hij kijkt mee naar
wat de camera (het derde oog) via het oog van Mynke
Buskens waarneemt en wat dit vervolgens doet in het
hoofd van de tekenares. Door te schrijven 'loopt' Mynke
Buskens zieh eerst 'warm'; een onmisbaar Stadium voordat
ze geconcentreerd kan tekenen. De inspiratie komt dan
vanzelf.
Van de twee platanen, trouwe wachters aan weerszijden
van de voordeur, heeft ze twee enorme tekeningen gemaakt
van meer dan drie meter hoog. De stam van de 'mannelij-
ke' boom is recht, de 'vrouwelijke' boom vertoont rondin-
gen en grillige vormen, waarin men een kind in de baar-
moeder kan herkennen. De bomen zijn zelfstandige uitver-
grotingen van de elementen die de hoofdrol speien in de
kleine bladen.
Over haar werkwijze en haar band met Teylers Museum
zegt ze het volgende: "Sinds 1982 maak ik tekeningen met
potlood op papier. Als kunstenaar ben ik geinteresseerd in
de constructie van de wereld. Hoe zit iets in elkaar, hoe
werkt het of hoe is iets ontstaan? Voordat ik ga tekenen wil
ik eerst alles onderzoeken. Ik onderzoek de buitenkant en
de binnenkant, de constructie, de groei. Tegelijkertijd zeg-
gen mijn tekeningen alles over hoe ik op dat moment in de
wereld sta: hoe ik 'geconstrueerd' ben. Teylers Museum
laat ons met behulp van de wetenschap en de collectie de
constructie van de wereld zien....
Ik zit in mijn 'gesloten' huis en kan de wereld via de camera
bekijken. Door dit beeid, dat digitaal tot stand komt,
krijg ik zieht op de werkelijkheid, alsof ik door een ver-
grootglas kijk. Een heel klein deel van de aarde onderzoek
ik van dag tot dag, de stand van de zon bepaalt samen met
het seizoen de vorm van de schaduwen.
Zoals ik thuis kijk, kijk ik ook als bezoeker van Teyler; als
een wetenschapper of liever gezegd als iemand die alles wil
weten, geinteresseerd in de constructie van de wereld. Voor
mijn werk gebruik ik optische hulpmiddelen. Teylers
Museum inspireert mij om daarvan gebruik te maken, om
op een geconcentreerde manier naar de wereld te kijken.
Bijvoorbeeld: de zwarte Spiegel, de frenel-lens, de micro-
scoop, het objectief van een camera.
Naast de prenten- en tekeningencollectie, waar ik in eerste
instantie voor naar Teyler ging, trokken ook de structuren
van kristallen en de oppervlakten van fossielen en stenen
mijn aandacht: de 'getekende' geschiedenis. Mijn tekeningen
zijn gelaagd als de aarde, ik teken mijn geschiedenis.
Grafiet, de grondstof voor potlood, is een delfstof; het voor-
stadium van diamant.
Teyler is als een groot oog waarin ik rond kan dwalen,
voor- en achteruit kan kijken, van bovenaf en diep in de aarde.
Teyler is een optisch venster. Dat inspireert mij!" 1 ■
Mynke Buskens (geb. Eindhoven 1953) volgde een opleiding schilderen en grafiek aan de Akademie
Minerva te Groningen. Dikwijls werkt ze projeetmatig. Haar oeuvre bestaat voor het grootste deel uit
tekeningen. waarin licht en schaduw. ruimte en atmosfeer een grote rol spelen.
Zie ook website: www.mynke.nl
1. Citaten uit Teylers Museum jaarverslag 2001 (pp. 34.35)