Page 6

TeylersMagazijn_015

Afb. 12. De medailleur Martinus Holtzhey, 1729; zilver; 44 mm. (Niet op ware grootte) datum in de Stempel verwerkt, maar men kon ook een penning van een algemeen type bestellen, die Holtzhey in voorraad had, en waarop alleen nog de namen en datum gegraveerd hoefden te worden. Minstens elf van derge- lijke typen zijn van hem bekend.4 De Stempels moesten van tijd tot tijd vemieuwd worden als zij versleten waren of braken, ook na 1749, toen zijn zoon Johan George zijn bedrijf voortzette. In dat jaar was Martinus namelijk munt- meester van de provincie Gelderland geworden, waarvoor hij naar Harderwijk moest verhuizen. Daar overleed zijn vrouw al spoedig. Na 1749 heeft hij geen gesigneerde penningstempels meer gemaakt. Wel heeft hij, naast zijn muntmeesterschap, nog muntstempels vervaardigd, zoge- naamd gemaakt door zijn jongste zoon Martinus.5 Dit zelfde deed hij in Middelburg waar hij in 1752 als muntmeester benoemd was, tot 1754, toen een neef, Johan Mathias Holtzhey, het ambt van stempelsnijder ovemam. Tot zijn overlijden in 1764 is hij muntmeester van Zeeland gebleven, na 1760 geassisteerd door Martinus Jr., die hem na zijn dood opvolgde. Zijn laatste jaren werden vergald door een geschil tussen de Staten van Zeeland en de Staten Generaal, waarbij hij en zijn zoon tussen twee vuren kwamen te zitten, en er zelfs van beschuldigd werden dat zij munten van te laag gehalte geslagen hadden.6 Gelukkig werden zij van alle blaam gezuiverd, maar Holtzhey heeft zieh deze kwestie zeer aangetrokken. Martinus Holtzhey (en later zijn zoon Johan George) was zeer inventief in het bedenken van personificaties met diverse attributen, waarmee hij abstracte begrippen uitdrukte. Op het kleine ronde oppervlak van een penning kan men vaak moeilijk een gebeurtenis realistisch weer- geven, vooral als men daarbij ook nog stemmingen of gevoelens duidelijk wil maken. In de 18de eeuw was men daarvoor aangewezen op personificaties, ontleend aan de klassieke mythologie, maar deze werden telkens aange- past aan de omstandigheden en naar behoefte voorzien van allerlei oorspronkelijk bij andere figuren hörende attributen. Martinus wist deze vaak in levendige composities te rangschikken. Hij was een capabele medailleur die zijn voorstellingen en teksten fijn gedetailleerd negatief in de Stempel aanbracht. Zijn historiepenningen, voor zover in eigen beheer gemaakt, heeft hij beschreven in een catalogus die hij samen met zijn zoon Johan Georgein 1755 uitbracht.7 De symboliek op de penningen is nog uitvoeriger uitgelegd op de velletjes papier die hij bij elk gekocht exemplaar leverde, de z.g. Verklaringen. Van een deel van zijn familiepenningen zijn ook dergelijke Verklaringen be- waard gebleven. Hieronder volgen enkele voorbeelden van zijn penningwerk. Alle exemplaren bevinden zieh in de verzameling van Teylers Museum. Een van zijn eerste Produkten is een soort reclame- penning uit 1729, met op de voorzijde zijn portret en op de keerzijde een gezicht op Amsterdam en op de voorgrond de schroefpers waarmee hij zijn penningen sloeg (afb. 12).8 De betekenis van de vier sterren daarboven is niet duidelijk. Uit 1732 dateert een penning waarop de uittocht van de Protestanten uit Salzburg wordt afgebeeld.9 Aartsbis- schop Leopold von Firmian vaardigde op 31 Oktober 1731 een decreet uit tot uitwijzing van alle Protestanten (ca. 20 000) uit zijn aartsbisdom. Gedeeltelijk werden zij door Pruisen opgenomen, gedeeltelijk vestigden zij zieh in Amerika. Een kleine 1000 emigranten kwamen in Afb. 13. Uittocht van de Salzburgse emigranten, 1732; zilver; 48 mm. Zeeuws Viaanderen terecht, maar zij werden daar zo siecht behandeld, dat honderden al spoedig naar Duits- land terugkeerden. Ruim 200 bleven in Cadzand achter. Hun nakomelingen hebben een vereniging opgericht. Op de penning wordt een lange stoet mannen, vrouwen en kinderen door een officier te paard de stad Salzburg uit- geleid. Vooraan probeert een priester met een rozenkrans hen nog te bekeren. Op de keerzijde Staat een tekst uit Mattheus 5, vers 11 en 12 (afb. 13). Afb. 14. Huwelijk van Aamout van Citters en Saram Jacoba Ockerse, 1737; zilver; 66 mm. Een voorbeeld van een familiepenning die in opdracht werd gemaakt is de penning op het huwelijk in 1737 van Aamout van Citters en Sara Jacoba Ockerse, beiden lid van vooraanstaande Middelburgse families (afb. 14).'° Op de voorzijde ligt het bruidspaar in antieke kledij ge- knield voor een huwelijksaltaar met twee brandende harten. Vanuit lichtuitstralende wolken daalt een genius neer (de huwelijksgod Hymen) die bloemen over hen uitstrooit. Links staan hun vaders, burgemeester Willem van Citters (met lictorenbundel) en luitenant-admiraal van Zeeland Jan Comelis Ockerse (met commandostaf). Rechts een personificatie van de provincie Zeeland (met wapen- schild en vrijheidshoed op een speer) en de gevleugelde Godsdienst (met een vlam op het hoofd). Op de achter- grond een zeilschip op zee. Verder zijn er nog allerlei kleine attributen, zoals fakkels en kransen. Op de keerzijde Staat het wapen van Middelburg tussen gekruiste palmtakken en dat van beide families op een trofee van voorwerpen die de functies van beide vaders weergeven, en een Latijnse tekst betrekking hebbend op de aanleiding tot het slaan van de penning. Een van de meest populaire algemene penningen ter herdenking van een zilveren huwelijk is het vroegste type, Afb. 15. Algemene zilveren huwelijkspenning, Stempels gemaakt in 1728; zilver; 49 mm. dat Martinus Holtzhey in 1728 maakte (afb. 15).“ Op de voorzijde heeft Amor de Tijd zijn zeis afgenomen en trekt hem met zieh voort. De Tijd wijst op een obelisk, waarop in Romeinse cijfers het getal 25 Staat. Daarbovenop zit een pelikaan die haar jongen met haar eigen bloed voedt (symbool van de liefde). Ervoor Staat een altaar met brandende harten, en met een ooievaar op de voorkant (symbool van dankbaarheid). Op de achtergrond nog meer Symbolen: een vijver met zwanen, een fontein, een palmboom, een hondje en een obelisk met de letter L (=50, het in het verschiet liggende gouden huwelijk). Alles wordt bestraald door een Alziend Oog. Op de keerzijde een vers dat betrekking heeft op de voorzijdevoorstelling, en huwelijkssymbolen. Bij dit type werden de namen van het zilveren bruidspaar en de datum van het feest op de kant gegraveerd. Afb. 16. Nieuwsjaarspenning voor 1745; zilver; 43 mm. (Niet op wäre grootte) Vanaf 1743 gaf Martinus Holtzhey ieder jaar een nieuw- jaarspenning uit, die men in verschillende formaten, in goud of zilver, kon kopen als nieuwjaarsgeschenk. Johan George zette die traditie voort tot 1768 (afb. 16). Op die van 1745, geslagen in een tijd toen de Repuliekhalf en half in oorlog was met Frankrijk, is op de voorzijde de Neder- landse Maagd te zien, zittend binnen een omheining, de z.g. Hollandse Tuin, met allerlei Symbolen van vrijheid, godsdienst, koophandel, dapperheid en eendracht om zieh heen. Op de keerzijde is een tempel afgebeeld, nl. de tempel van de Romeinse god Janus, die gesloten plachtte zijn in tijden van vrede, maar open als de Romeinen ergens oorlog voerden. Op de penning probeert de Oorlogswoede


TeylersMagazijn_015
To see the actual publication please follow the link above